Bedankt dat je mijn blog heb bezocht. Om de lezer nog beter op de hoogte te houden ga ik regelmatig een Nieuwsbrief verzenden. Aanmelden voor de Nieuwsbrief via johan.schoenmakers@gmail.com

zondag 31 januari 2010

Howard Gladstone - Roots and Rain



Muziek heeft voor mij te maken met emoties. Een liedje moet in staat zijn om de luisteraar in hart en ziel te raken. Een intens gevoel die je er aan overhoud als de muziek is afgelopen. "Roots and Rain" van de Canadees singer-songwriter Howard Gladstone is wat dat betreft helemaal in orde. Net zoals bij de vorige drie cd’s "Sunflowers Light The Room" (2002), "Candles On The River" (2005) en "The Breath In The Wind" (2007) blinkt de nieuwe cd uit door een subtiele, relaxte sfeer. Op de nieuwe cd heeft de singer-songwriter uit Toronto samengewerkt met een reeks muzikale vrienden.. De basis blijft toch de fluwelen stem van Gladstone en zijn akoestische gitaar. De geïnspireerde songwriter hecht evenzeer belang aan de songteksten als aan de muziek.
De thema’s eenzaamheid, liefde, exotische oorden en het opboksen tegen een harde en gemene wereld komen onder meer aan bod in de melancholische en warme liedjes als Tammy, Sweet Lies, Fall So deep en Kauai Night. Doordat het album geen overtollige instrumentatie bevat gaat alle aandacht naar die heerlijke stem van Howard Gladstone. De sfeer, die de begeleiders Robin Pirson (drums) Chris Robinson (saxofoon en klarinet), Shelley Coopersmith (viool en sitar) Kevin Zarnett (basgitaar), Denis Keldie (accordeon) en Tony Quarrington (akoestische- en elektrische gitaar) creëren, versterkt het dromerige karakter van deze plaat. Bij de beluistering van de introspectieve singer-songwriter- en americanaliedjes op "Roots and Rain" krijg ik een fijn gevoel. Een prachtige cd die mij niet snel zal vervelen.











Little Birdie - I Left The City Burning



De Canadese Orit Shirmoni is een zangeres met een uiterst krachtige soulstem. Zij vormt samen met gitarist Andre Kirchoff in 2004 het duo Little Birdie. Het debuut "Cinematic Way" (2006) met een akoestisch en elektrische sound was geproduceerd door Mark Goodwin. Voor het tweede album "I Left The City Burning" heeft Orit inspiratie opgedaan in Berlijn, waar ze een aantal maanden verbleef, optrad en het album schreef. Shirmoni en Kirchoff zijn op het nieuwe album dicht bij de sound van de live-optredens gebleven, dit op verzoek van de vele fans. Het lijkt bijna of het duo in je huiskamer zit te spelen. Orit en Andre klinken op deze nieuwe schijf als een eenheid. Al meteen bij het geweldige mooie titelnummer creërt het folkduo een landelijke dromerige sfeer. Op het album staan mooie intieme liedjes met eenvoudig gehouden arrangementen.
De songs worden gespeeld in een bezetting van zang, akoestisch- en elektrische gitaar, accordeon, lap-steel of een opzwepende mondharmonica zoals in het bluesy Tears Of Laura- Mae. De elf composities (tien van Orit, één van Andre) op de cd "I Left The City Burning" zijn aanstekelijk en pakkend, maar tevens van pure schoonheid. Ik krijg er een vertrouwd gevoel bij. Vooral door de warme en melancholische stemmen vallen de nummers meteen op. Muziek die soms ook heel breekbaar kan klinken waar het kippenvel centimeters dik op je huid gaat zitten. Bijna vijfendertig minuten lang hoor ik een plaat die mij betovert door de poetische, spannende, maar vooral mooie songs.

Momenteel is Orit Shimoni terug in Duitsland voor optredens. Tevens schrijft ze liedjes voor een nieuwe plaat.

Zaaleigenaren die Orit Shimoni willen boeken voor een akoestisch optreden in Nederland in maart of april kunnen een email met als onderwerp “Little Birdie” sturen naar: altcountryforum@gmail.com

http://www.cdbaby.com/cd/littlebirdie2

zaterdag 30 januari 2010

Jonathan Burks - Loudmouth Soup




Of je het nu folk-punk noemt of de ideale combinatie tussen party music en country, dat doet er niet toe. Op "Loudmouth Soup" van Jonathan Burks uit Milwaukee fluistert, murmelt, schreeuwt en krijst hij zijn twaalf songs samen met een gedreven begeleidingsband. Jonathan klinkt op de vlotte en intrigerende liedjes meer als een ladderzatte zanger dan een brave Hendrik. Rauw, gebarsten vol smerige rock ’n roll, folk en punk. De bandleden Joe Pescio, Luther Paul, Nick Westfahl en Dan Boyle zorgen voor een bloeddorstig, vervaarlijk en soms ingetogen sound. Uiterst ontwapenend zijn nummers als Fancy Hobo, It’s On en I’m Drunk.
De nieuwe plaat bevat naast vrolijke drankliedjes met een hoofdrol voor de honky-tonk piano ook ingetogen, diepzinnige nummers. Wat mij tevens opvalt is de monotone zang van Jonathan Burks. Het doet mij vaak denken aan onder meer Lou Reed, Jonathan Richman en John Cooper Clark . Met een titel ("Loudmouth Soup") die refereert naar een biertje zijn de dirty drinkin’ songs op het nieuwe album een prettige belevenis om naar te luisteren, uiteraard met de nodige drank bij de hand.






vrijdag 29 januari 2010

Danny & The Champions Of The World - Streets Of Our Time



Met de altcountryband Grand Drive brengt Danny George Wilson vijf cd’s op de muzikale markt. In 2005 verschijnt zijn solo-cd "The Famous Mad Mile". Een jaar later richt hij de band Danny & The Champions Of The World op. Een naam, die ontleend is aan een titel van een kinderboek uit 1975 van Roald Dahl. De cd "Streets Of Our Time" is de opvolger van het naamloze debuut uit 2008. De nieuwe plaat bevat een ongemeen spannende samensmelting tussen country, bluegrass, folk en rock’n roll. Wat deze heren en dame gemeen hebben is een tomeloos enthousiasme en een grote beheersing van de instrumenten. Dat Danny George wilson een uitstekend songschrijver is laat hij ons horen op dit album.
Magistrale en meeslepende nummers met een warme en fijne sound, die zo sterk in elkaar zitten dat ze met een bepaalde nonchalanche worden uitgevoerd. Ongepolijst, brutaal met mooie samenzang. De liedjes vertonen raakvlakken met onder meer The Avett Brothers, Gene Clark, Gram Parsons en Bruce Springsteen. Door de toevoeging van de banjo en pedal steel heeft Streets Of Our Time het country-gevoel meegekregen. Deze twee cd van Danny & The Champions of the World is een prettige plaat om naar te luisteren met melodieuze en pakkende liedjes. Je hoort overduidelijk een prima stel muzikanten, die plezier hebben in het maken van muziek.

woensdag 27 januari 2010

Drive-by Truckers - The Big To-Do



Lovend waren de meeste recensenten over het zevende studio album "Brighter than Creation’s Dark" van de altcountry- en southernrockband The Drive-by Truckers uit Athens,Georgia. Het was een plaat die het bekende geluid van de band combineerde met countryklanken. Zo positief als de pers over deze plaat uit 2008 was, zo kritisch gestemd waren de fans. Zij misten de befaamde southern rock van de groep. Zanger en gitarist Patterson Hood beloofde met klem een nieuwe cd met een ouderwetse rocksound. Op zestien maart wordt het langverwachte album uitgebracht. Het is tevens de eerste release op het label ATO Records van Dave Matthews en Michael Mcdonald. "The Big To-Do is een album, geproduceerd door David Barbe en bevat acht nummers van Patterson Hood, drie van Mike Cooley en twee van Shonna Tucker.
De cd gaat voortvarend van start met vier liedjes (Daddy Learned To Fly, Fouth Night Of Drinking, Birthday Boy en Drag The Lake Charlie) in de hoogste rockversnelling. Spontaan met lekkere grooves en een rammelende piano. De rustige songs The Wig He Had Her Wear en You got Another zijn minder geslaagde pogingen. "The Big To-Do" verliest hierdoor even zijn aantrekkingskracht. In de uitzinnige rocknummers This Fucking Job, After The Scene en Get Downtown (met invloeden van That’s Allright Mama van Elvis Presley en Great Balls On Fire van Jerry Lee Lewis) worden wederom de registers opengetrokken met een huilende, vervormde sound van de elektrische gitaren. Door de decibels en de stampende ritmes zal je huis op zijn grondvesten schudden. Santa Fe is een heerlijke countyrocker van Patterson Hood in semi-uptempo. Het prachtig door Mike Cooley gedragen akoestische Eyes Like Glue sluit een album af met vele sterke momenten en het ware nietsontziende Muscle Shoarls geluid, gecombineerd met het fameuze gitaargeweld van de Drive-by Truckers.




Tim Barry - 28th & Stonewall





Na twaalf jaar als zanger en gitarist van de punkband Avail met negen cd’s op zak, verkoos Tim Barry een carrière als singer-songwriter boven het werken met een groep. Dat heeft hem zeker geen windeieren gelegd. Na de cd’s "Laurel Street Demo" (2005), "Rivanna Junction" (2006) en "Manchester" (2008) is "28th & Stonewall" Barrys vierde cd als solo-artiest. De veertien liedjes op deze plaat heeft hij in drie weken tijdens een tournee geschreven. Nummers die omschreven kunnen worden als folk en low-fi country. Met hulp van co-producer Lance Koehler en bevriende muzikanten uit zijn woonplaats Richmond, Virginia, heeft Tim Barry de sublieme songs vastgelegd. Op zijn nieuwe cd brengt de folk- en punkzanger meer kleur in de sfeer op het album, dit in tegenstelling tot de meer sombere en donkere voorganger "Manchester".


Het openingsnummer van het album, de countryrocker Thing of The Past, zet meteen de toon met een lekkere hooky gitaarloopje. De toevoeging van een brassband aan het bluesy Will Travel werkt aanstekelijk. Tranen dreigen te vallen tijdens het prachtige Moving On Blue met een hoofdrol voor Daniel Clark op piano en Barrys zus Caitlin Hunt op viool. Tim Barry is het meest op dreef in nummers als Short G’bye, Memento Mori en 500 miles met duidelijke invloeden van Chuck Ragan en Scott H. Biram. Spraakmakend is het nummer Prosser’s Gabriel. Een emotioneel beladen nummer over de slavernij in de 17e eeuw in Virginia. Hoefsmit Gabriel Prosser was de leider van een geplande opstand tegen de slavendrijvers. Door de aanhoudende regen werd dit oproer uitgesteld, waardoor de plannen uitlekten. Gabriel en een aantal mede rebellen werden opgehangen. Pas in 2002 werd hij voor zijn in de kiemgesmoorde actie geëerd. Gouveneur Tim Kaine verleende Gabriel Prosser en zijn volgers in 2007 alsnog officieus amnestie, want zijn actie betekende wel het einde van de slavernij in Virginia.
Het album sluit gelukkig luchtig af met de meezinger Busdriver. In dit nummer wordt behalve de tourmanager, iedereen bedankt voor alle hulp tijdens een slopende tournee. "28th & Stonewall" is een uitstekend album met een diepgaand, smaakvol en uiterst integer gevoel van een gedreven persoonlijkheid. Bij elke beluistering wint de cd aan diepgang.




dinsdag 26 januari 2010

Ken Will Morton - True Grit



Het wordt hoog tijd dat de wereld Ken Will Morton uit Athens, Georgia, gaat ontdekken. Van 1993 tot 2003 was hij zanger en gitarist van The Wonderlust (powerpop) en The Indicators (rootsrock). In 2003 bracht Ken zijn langverwachte solodebuut "Rock ’n Roll Hands" uit, een cd die door de pers de hemel werd ingeprezen. Met de opvolgers "King Of Coming" (2006), "Devil In Me" en "Kick’ Out The Rungs" (beiden uit 2008) bleef hij kwalitatief schitterende platen uitbrengen met invloeden van Bruce Springsteen, Ryan Adams en The Jayhawks. Een grote doorbraak is tot nu toe uitgebleven. Hopelijk komt daar verandering in als volgende maand Mortons nieuwe cd "True Grit" wordt uitgebracht.
De zanger met de warme en prettige stem brengt ons op deze nieuwe schijf wederom schitterende liedjes, die geworteld zijn in de americana, roots en folk. Er staan twaalf eigen nummers op dit album dat werd geproduceerd door Mark Ambrosino. Gastmuzikanten die Ken Will Morton in de studio bijstonden, zijn Dave Richards (basgitaar), Dave Morgan (toetsen), Tom Laverack (akoestische- en elektrische gitaar, piano) en Ambrosino (drums, zang). De semi-akoestische plaat kent vele hoogtepunten. Van een werkelijk oorstrelende schoonheid zijn de liedjes Breath en On My Feet. Ook andere uitschieters als de tex-mexsong Cannot Win For Losing en de rootsrockers Restless Heart en Gamblin’man zijn om te snoepen. Het album glijdt veertig minuten lang als een heerlijk warme deken over je heen. Liefhebbers van americana en rootsrock hebben nog een groot geheim te ontdekken als zij niet bekend zijn met een unieke muzikant als Ken Will Morton. Zijn vijfde cd "True Grit" is namelijk aangrijpend mooi met een mix van ingetogen, slepende en medium-tempo songs.

Chris Ingham - Samsara



Chris Ingham is een singer-songwriter die zelf alle instrumenten heeft ingespeeld op zijn debuut-cd "Samsara", al is dit vaak beperkt tot de akoestische gitaar met een enkele toevoeging van elektrische gitaar of drums. Als een volleerde doe-het-zelver was de productie tevens in eigen handen. Bijna vijftig minuten lang brengt Ingham ons veelal relaxte en ingetogen folkliedjes met minimale akoestische begeleiding.
Soms klinkt hij erg mooi en intens (Free Tonight, I’m Moving On en Another Day), maar in onder meer de songs Mid-Air Collisions en The Breakdown rammelt en kraakt de low-fi productie, zodat de verveling om de hoek komt kijken. Wereldschokkend is het zeker niet. Daar zijn de nummers iets te eenzijdig voor, maar er zijn momenten op "Samsara" dat het verdomd lekker klinkt. Vooralsnog geef ik de eigenzinnige Chris Ingham daarom het voordeel van de twijfel.

www.myspace.com/cjingham




zondag 24 januari 2010

Jerry Joseph and the Jackmormons - Badlandia



Hij woont in Harlem, New York City, en heeft het rock ’n roll hart op de juiste plaats zitten. Jerry Joseph is een veelzijdige muzikant. Samen met The Jackmormons heeft hij inmiddels vijf cd’s uitgebracht. Jerry treedt ook regelmatig op met the Stockholm Syndrome, die is geformeerd uit bands als Widespread Panic en Gov’t Mule. Hij heeft tevens samen met percussionist Steve Drizos onder de naam The Denmark Veseys een cd uitgebracht, die geproduceerd is door David Barbe (Drive-by Truckers). Ondanks de vele nevenactiviteiten houdt Jerry Joseph toch genoeg tijd over om samen met The Jackmormons ouderwets te rock ’n rollen en te jammen. Ze hebben de laatste jaren heel wat cult-following gekregen in Amerika. In Europa betekenen ze helaas niet zoveel, maar hun populariteit aan de andere kant van de oceaan is echt wel groot. De nieuwe cd "Badlandia" is geen studio-album. Het betreft opnames van de shows, die vorig jaar zijn gegeven op 28, 29 en 30 augustus in het eetcafé The Banditos in Montana.
Op de cd staan acht nieuwe nummers. De complexe rauwe rocknummers vertonen raakvlakken met Led Zeppelin, The Black Crowes en Allman Brothers band. De lengte van de nummers varieert van acht tot dertien minuten. We horen overduidelijk dat er magie is tussen de muzikanten. De interactie tijdens het jammen zorgt er voor dat de nummers bij iedere show steeds weer anders zullen zijn. Vanaf de opener Fiona blinken Jerry Joseph (zang, gitaar), JR Ruppel (zang, basgitaar) en Steve Drizos (drums) aangevuld met gastmuzikante Jennifer Conlee-Dros, uit in lang uitgesponnen jams. De acht songs op "Badlandia" bevatten heerlijke zompige grooves waar elke muziekliefhebber wel waardering voor zal kunnen opbrengen. Het is muziek die onder uit de buik lijkt te komen. Rock met ballen!

http://www.myspace.com/jerryjosephsolo




Three Day Treshold - Straight Out Of The Barrel



De heren Kier Byrnes (banjo,mandoline, gitaar), Johnny Stump (bass), Evan Gayry (dobro), Zac Taylor (gitaar) en PJ Aspesi (drums) van de band Three Day Treshold schotelen ons al tien jaar aanstekelijke country, rootsrock en cow-punk voor, repertoire dat de meest koele kikker laat ontdooien. Deze vriendelijke en knotsgekke muzikanten uit Boston serveren ons op hun nieuwe plaat elf nummers lang een dampende mix van heerlijke opzwepende muziek met een knapperig randje. Het repertoire vertoont raakvlakken met bands als Slobberbone, Pogues, Dan Baird en Uncle Tupelo. Op "Straight Out of the Barrel" horen wij songs die soms een alcoholgeurtje hebben, zoals in Coffee/Whiskey, Jim Beam en Whiskey River.
De nummers bevatten tevens zoveel levenslust, dat je er moeilijk bij stil kunt zitten. Wat deze vijf knapen doen, is zo aanstekelijk dat elke vorm van weerstand meteen in de kiem gesmoord wordt. Met toegankelijke rootsrockliedjes als Atlas Blues, Little Bit Lonesome en Gator Farm moet je wel meezingen. Of je het wil of niet. De combinatie van de energieke rootsrock en de rebelse cowpunk is uitermate onweerstaanbaar. De heren van Three Day Treshold rocken en swingen een half uur lang als de neten. "Straight Out Of The Barrel" is een lekker ouderwetse plaat voor iedereen, waarbij je compleet uit je dak zal gaan. Succes verzekerd!.






zaterdag 23 januari 2010

Joe McInnis - Tacoma



Joe McInnis is een singer-songwriter uit Washington, die tevens liedjes schrijft en zingt voor de americanaband Shotgun Kitchen. Van Joe ontving ik onlangs zijn solo-cd. De stem van McInnis heeft een rafelig randje en doet soms denken aan Bob Dylan of Donovan. Als gitarist beheerst hij de fingerpickin’-stijl als geen ander. De twaalf songs op de cd "Tacoma" zijn van eigen hand. Het zijn liedjes van een singer-songwriter die gedragen door afwisselend gitaarspel ogenschijnlijk zonder veel moeite zijn verhalen vertelt.
Nummers als Hopeless Love, Down in my basement en Monkey Town gaan over ieders leven, over leed en liefde, gebracht met de nodige dosis humor. Over het liedje Sex with your severed Head zegt McInnis zelf: what can I say, it's just dark humor.In folky liedjes The Cowboy en It’s My Candy Now wordt McInnis op schitterende wijze bijgestaan door Erika Bellanger (viool) en Bekah Jurgensen (achtergrondzang). De cd "Tacoma" bevat een heerlijke collectie aan liedjes, die zo makkelijk wegluisteren dat ze blijven rondzweven in je hoofd. Een prachtig ingetogen en breekbare plaat van singer-songwriter Joe McInnis, het soort onbekende lokale ‘grootheid', waar ik altijd naar op zoek ben. Ik ben blij dat ik hem heb gevonden!





vrijdag 22 januari 2010

Mark Wehner - Wait ... I Wasn't Finished



Met een platencontract op zak en uitstekende contacten bij radiostations in Philadelphia, Daytona Beach en Orlando was Mark Wehner de man achter het wekelijkse programma Americana Tonight. Er werd aandacht besteed aan de beginnende en gevestigde artiesten in Nashville. Tevens was hij oprichter van de Creative Indepent Artists (CIA). Hij probeerde artiesten op weg te helpen als zij zich gingen vestigen in Nashville. Op een gegeven moment wilde Mark toch ook zelf weer muziek maken. Samen met producer en gitarist Dan Frizsell en een stel bevriende muzikanten, zoals Pat McGrath, Michael Webb en Steve Hinson, dook hij in Nashville de Legends & Cave Artists studio in om de opvolger van de cd "That's The Way That It Goes" uit 2003 op te nemen. Een leger aan achtergrondzangers en -zangeressen (Mark Leland Wehner, Camille Kinloch, Kimberle Dahme, Francie Dayton, Lisa Carver, Shara Johnson en Walt Wilkins) verzorgt op "Wait...I wasn't finished" de schitterende samenzang.
Deze cd bezit een twaalftal nummer met een zeer warme en herkenbare sound. Het geluid is lekker direct en niet volgeplamuurd. Mark Wehner bezit over een buitengewoon doeltreffende pen voor het schrijven van geweldige countryliedjes De melodieuze nummers pakken je direct bij de eerste beluistering en je bent verkocht voor je het weet. Je kunt amper stil zitten tijdens de stampende countryrockers As Fast As You Can, Dixie Flyer en Anny Lee met een geslaagde wisselwerking tussen de akoestische en elektrische instrumenten. De uptempoliedjes worden regelmatig afgewisseld met mooie semi-akoestische ballads als It might as well rain en From here to you. Mede door de uitgebreide vocale ondersteuning is deze plaat een echte must voor liefhebbers van dit genre. "Wait...I wasn't finished" bevat tijdloze muziek, die stevig is geworteld in de tradities van de countryrock.




donderdag 21 januari 2010

Jay Howlett - Carnival Lights



De Texaan Jay Howlett is een singer-songwriter, die zijn teksten vergezeld laat gaan met simpele pakkende melodielijnen. Vanaf zijn eerste naamloze cd uit 1998 tot en met het nieuwe album "Carnival Lights" profileert hij zich als troubadour en verhalenverteller. In de liedjes, die muzikaal gesteund worden door gastmuzikanten uit Noord-Californië als Joe Craven (viool en mandoline) Marty Atkinson (elektrische en akoestische gitaar, lap-steel), Dave Nachmanoff (accordeon) Carol McComb (achtergrondzang), is er plaats voor liefde, tranen en vooral de realiteit en intensiteit van het leven in Amerika. In het titelnummer stelt Jay, dat iedereen zijn zorgen wel even vergeet op de kermis. De uitbundige akoestische tonen van het nummer brengen je al snel in bekoring.
In het fascinerende The Guardsman’s Letter probeert Jay de emotie over te brengen van een soldaat, twijfelend over gemaakte keuzes en de consequenties hiervan. In het vrolijke americananummer Red Western Flyer observeert de zanger zijn eigen levenswijze van een afstandje. Of het nu de verstilde liedjes zijn (Calistoga Tractor Parade en Six Years), de gospel in Your Clown of de momenten waar Howlett nogal wat instrumenten uit de kast haalt (Somewhere Like That en Legend of the Parking Lot), de folk- en americanamuziek blijft altijd breekbaar, harmonieus en lieflijk. "Carnival Lights" is een intrigerende plaat met een hoge mate van zeggingskracht. Persoonlijk en ontroerend, waar Jay Howlett menig gevoelige snaar weet te raken.








dinsdag 19 januari 2010

Daniel Kamas - Santa Elena (ep)



Daniel Kamas is een singer-songwriter uit Seattle, die het van de daken af wil schreeuwen op zijn myspace-pagina. Zijn debuut-ep "Santa Elena" met vier eerlijke, eenvoudige en sfeervolle nummers wordt begin maart uitgebracht. Met een stem als schuurpapier en een energieke stijl van gitaarspelen trekt hij vijftien minuten lang de aandacht met liedjes, die een vage glimlach op gezicht toveren.
Duidelijk muziek waar je je vingers bij aflikt. De overige instrumentale aankleding heeft Daniel beperkt gehouden tot een subtiele toevoeging van een cello, piano of viool. Hierdoor creërt hij een warm en oprechte sfeer. Het mag duidelijk zijn: "Santa Elena" is een interessante kennismaking met een bezielende vertolker, die beslist de nodige aandacht verdient.


maandag 18 januari 2010

Jon Dee Graham - It's Not As Bad As It Looks




Jon Dee Graham is in zijn woonplaats Austin, Texas, een legende. Het gebeurt ook niet elke dag, dat je driemaal toetreedt tot de Hall of Fame van de Austin Music Hall. De man met een behoorlijke bagage aan repertoire heeft met "It’s Not As Bad As It Looks" zijn zesde cd afgeleverd. Samen met The Fighting Cocks’ Mike Hardwick (elektrische gitaar), Andrew Duplantis (bas) en Joey Shuffield (drums) wordt er enthousiast op los gerockt op het nieuwe album. De altrockliedjes My Lucky Day en La la klinken, met het jengelende gitaarwerk van Jon en Mike, als een equivalent van Neil Young en Warren Zevon. Popsong is een vrolijk R.E.M.-achtig nummer met een jaren-tachtigsound. De vibrerende rocksong Beautifully Broken klinkt soepel en losjes uit de pols. Het vuur spat bijna letterlijk uit de boxen. Het geheel bezit een drive
zoals je die maar zelden tegenkomt.


Naast een goudmijn aan lekker scheurende rocksongs herbergt het nieuwe album de blues in God’s Gonna Give You What You Need. Tijdens dit nummer is Graham op zijn best met een gedreven slide solo. De ballads Best en I Will Be Happy Again zijn akoestische muzikale landschappen, die voor kippenvelmomenten zorgen.
Vanaf het openingsnummer wordt je tijdens het luisteren naar deze plaat ingepakt en niet meer losgelaten voor de overige tien supersterke songs. "It’s Not As Bad As It Looks" is geen grensverleggende plaat. Het album zorgt wel voor aangenaam luisterplezier.

Binnenkort zijn Jon Dee Graham & The Fighting Cocks op de Nederlandse en Belgische podia te aanschouwen:

28 Januari : Vera, Groningen
29 Januari : Toogenblik, Brussel
30 Januari : In The Woods, Lage Vuursche
31 Januari : Q-bus, Leiden
8 Februari : Paradiso, Amsterdam





Craig Bancoff - Eden



De cd “Eden” van singer-songwriter Craig Bancoff is gestoken in een mooie uitklapbare hoes, van dezelfde klasse als de muzikale rijkdom op dit zilverkleurige schijfje. Er staan liedjes op, die je meezuigen als stond je in een moeras. De man uit de Amerikaanse staat Pennsylvanië heeft dan ook een prachtige en overtuigende stem. De verzameling americanaliedjes worden fraai instrumentaal ingevuld. Verantwoordelijk hiervoor zijn Tom Hampton (mandolin, pedalsteel, banjo), Matty Muir (drums), Adam Winokur (basgitaar), Mike Frank (piano, hammondorgel) en Shelley Weiss (viool). De productie is niet overdadig, maar wel schitterend uitgebalanceerd.
De nummers zijn stuk voor stuk onderhoudend, lieflijk en warm. Ze hebben tevens raakvlakken met The Jayhawks en Crowded House. De muzikanten presenteren op het album “Eden” verfijnde liedjes, die mij geen moment verveelden. Verwacht geen uitbundige rockers, maar eerder melodieën met terughoudende gitaren en een prima stemgeluid van de zanger met de kleine snik. Het americana-genre bestaat al jaren, maar het smaakt nog steeds naar meer. De cd “Eden” van Craig Banhoff is voor mij dan ook het paradijs op aarde, die zich niet zo snel uit mijn cd-speler laat verdringen.




zondag 17 januari 2010

Gail Swanson - Simple Truth



Vijftien jaar geleden stond Gail Swanson nog in het voorprogramma van The Doobie Brothers. Gitarist Pat Simmons van The Doobies ontfermde zich over de zangeres met de rauwe, doorleefde stem. Gail heeft onlangs haar zesde cd "Simple Truth" uitgebracht met prachtige rootsy americana en singer-songwriterliedjes. De dwarsfluit waarmee ze op eerdere cd’s furore maakte is ingeruild voor de akoestische gitaar. Goede vriend Simmons produceerde drie van de tien nummers (Matter To You, The One That Got Away en Beautiful Again).



Gail Swanson creërt met haar ingetogen uitvoeringen een warmbloedig muzikaal sfeertje. Voeg daarbij de prachtige vocale bijdragen van onder meer Willie Nelson (The One That Got Away en Half a Heart) en Michael McDonald (End Of the World) en je heb genoeg ingrediënten voor een uitstekend album. Swanson legt een oprecht gevoel in haar songs. Een imponerend leger aan gastmuzikanten (Hutch Hutchinson, John Cruz, Tom Conway, Paul Marchetti en Pete Wasner) weet de liedjes treffend, smaakvol maar zeker subtiel in te vullen.Vernieuwend is het niet, maar de melancholieke liedjes van constante kwaliteit smaken overheerlijk. De cd "Simple Truth" overtuigt op alle fronten. Er wordt vol passie gezongen door Gail Swanson en haar gasten. Dit wondermooie album weet mijn ziel te raken.





zaterdag 16 januari 2010

I See Hawks In L.A. - Shoulda Been Gold 2001 - 2009



I See Hawks in L.A. zijn vier heren uit Californië, die met hun melodieuze countryrock en prachtige samenzang de hoogtijdagen van The Flying Burrito Brothers en Gram Parsons in herinnering brengen. "Shoulda Be Gold 2001-2009" is een selectie uit hun laatste drie cd’s, aangevuld met niet uitgebracht materiaal. De liedjes klinken aangenaam en uitgekiend, maar met weinig kartelrandjes. Iedere rechtgeaarde countryliefhebber zal deze muziek waarschijnlijk aanspreken. Frisse liedjes zonder al te scherpe gitaren, weinig rampestampers, maar mooie composities met harmonieuze hoogstandjes.



Op "Shoulda Be Gold 2001-2009" mis ik het afwisselende repertoire. Slechts één bluegrassnummer en één psychedelische countrysong zijn vertegenwoordigd op deze schijf met zeventien liedjes. Een opvallend welkome afwisseling zijn de drie voor dit album opgenomen nieuwe nummers. Mede door drummer Shawn Nourse, die verantwoordelijk was voor de productie, en de sublieme bijdragen van Carla Olson hebben de liedjes een heldere sound, die afwijkt van de overige nummers op deze cd. De plaat kabbelt tachtig minuten in vrijwel hetzelfde countrytempo voort. En daar kunnen zelfs gastmuzikanten als Dave Zirbel (Commander Cody), Gabe Witcher (Merle Haggard) en Rick Shea geen verandering in brengen.

vrijdag 15 januari 2010

The Coal Porters - Durango



Als de countryrockgroep The Long Ryders in 1989 weinig muzikale activiteiten ontplooit richt gitarist en bandleider Sid Griffin The Coal Porters op. De band uit Londen bestaat tegenwoordig uit de rasartiesten: Sid griffin (mandoline, zang), Neil Robert Herd (gitaar, dobro, zang), Dick Smith (banjo, zang), Carly Frey (viool, zang),en Jeff Kazmierski (double bass). De eerdere cd’s "Rebels without Cause" (1991) en "Land of Hope and Crosby" (1994) hebben de kenmerkende sound van elektrische countryrock. Als Sid in 1998 gevraagd wordt als producer voor een cd van Lindisfarne raakt hij door de akoestische benadering van de groep, geïnteresseerd in het bluegrassgenre.
The Coal Porters combineert op het nieuwe album "Durango" de traditionele en hedendaagse bluegrass met de altcountrymuziek. De sterke composities, de instrumentale bekwaamheid en de gedrevenheid van de band creëren een magische sfeer op deze cd. De liedjes zijn afwisselend van de hand van Sid Griffin en Neil Robert Herd, aangevuld met de traditionals Pretty Polly, Sail Away en een verfrissende bluegrasscover van het 35 jaar geleden door Neil Young geschreven Like a Hurricane. Hoogtepunten zijn er teveel om op te noemen. Van de voortreffelijke meerstemmige zang in nummers als Let’s Say Goodbye, No More Chains en I’m Not Going Away kan ik maar niet genoeg krijgen.De betoverende banjo- en de heldere mandolineklanken van Griffin en Smith (Moonlight Midnight) zijn onmisbaar op deze cd. Het opzwepende vioolspel van Carly frey (Sail Away) en het aanstekelijke repertoire veroorzaken tijdens de beluistering een vrolijk gevoel bij mij. De pakkende en uitbundige liedjes van The Coal Porters blijven dan ook in mijn hoofd hangen. "Durango": een cd met een bezwerende werking.



donderdag 14 januari 2010

Daphne Denniston - Married to the Dashboard (2009)



Daphne Denniston is een zangeres die liedjes schrijft over het leven zelf, beschouwend en vol troost. "Married to the Dashboard" is, volgens eigen zeggen, haar eerste echte americanaplaatje. Onder productionele leiding van Sven Erik Seaholm heeft zij muzikale ondersteuning gekregen van Peter Bolland (gitaar, lapsteel), Reverend Stickman (basgitaar), Bill Ray (drums) en Brooke Mackintosh (percussie). Daphnes zuster Carrie Denniston zorgt voor de achtergrondvocalen. Het album bevat dertien knappe americanaliedjes en arrangementen. Soms is de sfeer opgewekt (Jake Brakes), dan weer gekweld (The city is burning) of rauw (Other men’s Roses), maar ontroeren doet het altijd.
(foto is genomen tijdens het schrijven van Bob's Riverfront Diner)
Afgelopen week bereikte Daphne treurig nieuws over het plotselinge overlijden van de eigenaar van Bob’s Riverfront Diner. Over Bob, het restaurant en het heerlijke eten gaat het prachtige altcountryliedje met de naam van het restaurant. In het ingetogen akoestische I can’t you tell about Montana wil Daphne niets zeggen over haar geboorteplaats. De herinneringen komen veelal voort uit haar dromen. "Married to the Dashboard" van Daphne Denniston geeft blijdschap, troost, weemoed en geborgenheid. Ze beschikt over een prachtige stem. Met veel gevoel zingt ze nummers die je meevoeren naar je binnenste. De sfeer die ontstaat door haar persoonlijke songteksten en de muzikale inkleuring proef je nog maar zelden. Een interessante dame, deze Daphne Denniston.




maandag 11 januari 2010

Jesse Brand Train - Back Here On The Floor (2009)



Jesse Brand is een vierenveertigjarige zanger en gitarist, die door diepe dalen is gegaan. Hij heeft te kampen gehad met depressieve gemoedstoestanden en overdadig gebruik van drank en drugs. Hiervoor belandde hij regelmatig in de gevangenis. Als drummer voor Clint Moody komt Jesse in aanraking met de plaatselijke bekende singer-songwriter Jordan Mycoskie. Van Tom Snyder (liedjesschrijver van Charlie Daniels) mag Jesse een cd opnemen. Onder de naam Jesse Brand Train zijn vanaf 2004 tien albums uitgebracht. Het publiek waar Jesse Brand Train voor speelt, varieert van tachtig mensen in een plaatselijke kroeg tot tachtigduizend in het voorprogramma van Bob Dylan en Cross Canadian Ragweed. Zijn pasgeboren zoontje laat Brand inzien dat hij moet afkicken. Daarom geeft hij zichzelf aan.
Zonder de stimulerende middelen maar met Forrest Lee Jr (gitaar), Jim Thacker (basgitaar), Michael Gray (drummer), Jason Tucker (toetsen) en Willie van Wook (viool) levert hij zijn tiende cd “Back Here On The Floor” af. Op buitengewoon indringende wijze maakt hij ons op deze cd deelgenoot van zijn moeilijke leven en de vreugde bij de geboorte van zijn zoon Connor. Het speelplezier spat er aan alle kanten van af in Carry On. Vooral drummer Michael Gray ramt er lekker op los, terwijl de doorleefde stem van Jesse Brand spannend klinkt. In de altrockliedjes Rebel Soul en Perfectly Crazy doet de band denken aan de Britse groep The Faces. De viool beïnvloedt de sfeer in het semi-akoestische countryliedje Just To See You. De mannen van Jesse Brand Train kunnen buitengewoon subtiel en ingetogen spelen. Dat blijkt in het meeslepende Off Her Feet. De levensvisie van Jesse Brand is onder invloed van de komst van zijn zoon optimistischer dan ooit. Een toepasselijker titel dan Back Here On The Floor" had Brand niet aan zijn tiende cd kunnen geven. Het is een boeiend en persoonlijk document van een man die door de hel is gegaan en er sterker dan ooit uit tevoorschijn is gekomen. Een plaat vol onderhuidse spanning met invloeden van Steve Earle en Bruce Springsteen, die zeker aandachtige beluistering verdient.

www.myspace.com/fiveslumprecords




zondag 10 januari 2010

Diana Catherine & the Thrusty Tweeters - The Spirit Ranch Sessions (2009)



De uit Toronto afkomstige Diana Catherine debuteert in 2008 met de ep "The Great Catastrophe of the Sixth Sin". Ze wordt incidenteel bijgestaan door bassist Kevin Robinson. De stem en stijl van Diana komen overeen met Courtney Love en Margo timmins (Cowboy Junkies). Diana (zang, gitaar, mondharmonica) en Kevin (elektrische gitaar) worden gecomplementeerd met Nic Disanto (basgitaar) en Matt Blackie (drums). Als Diana Catherine and the Thrusty Tweeters besnuffelen de vier tourbeesten het afgelopen jaar vele Canadese en Amerikaanse podia. De legendarische producer Bud Snyder (Allman Brothers Band) biedt zijn diensten en zijn studio The Spirit Ranch aan voor een uitgebreide opnamesessie.
Het uiteindelijke resultaat heeft dan ook de toepasselijke titel "The Spirit Ranch Sessions" gekregen. De productie van het album bezit een overheerlijke live-sound. De rauwe gitaarklanken van Robinson en Disanto met het ongelooflijk krachtig stemgeluid van Diana Catherine vormen een perfecte combinatie op dit album. Blues, southern rock en countrynummers passeren in een sneltreinvaart op een cd boordevol emotie en soul. De gedreven zangeres met een lekker gruizige stem tilt met haar Thrusty Tweeters de liedjes naar een hoog niveau. Er wordt de luisteraar driekwartier lang een pittige cocktail voorgeschoteld vol pakkende en ongecompliceerde blues, country en rocksongs, die aangenaam wegluisteren. "The Spirit Ranch Sessions" is tevens een uitstekende cd van een band die het in zich heeft de muziekliefhebber met nog veel meer moois te verblijden.








Noah Gabriel - Crooked



Noah Gabriel doet op jonge leeftijd mee aan talentenjachten in zijn woonplaats Chicago. Hij maakt eerst zijn school af voordat hij zich volledig stort op de muziek. Als twintigjarige verwerft Noah zijn eerste platencontract. Er volgen twee albums "In Aurora" (2005) en "Truth, Love, Faith and Soul" (2007), die Gabriel veel plaatselijke bekendheid oplveren. Ik mis op deze cd's een mooi uitgebalanceerde bluessound. Noah Gabriel klinkt als een blueszanger met te veel soul in zijn stem. De instrumentatie klinkt vaak te clean op deze cd's. Twee jaar later ziet zijn derde cd "Crooked" het levenslicht met hulp van dezelfde bevriende muzikanten.
Je hoort op dit nieuwe album een zanger met een flexibele stem, die soms een te goede zanger wil zijn. Hierdoor mist hij de rust en emotionele oprechtheid. Dit resulteert in overdreven bluesy uithalen. De nieuwe plaat is gevarieerder als zijn voorgangers, maar soms is het mij toch iets te poppy. De dominerende gitaarbijdragen van Gabriel hadden iets subtieler gemogen. De rustpunten From Grace en het titelnummer weten mij gelukkig te boeien. De nummers hebben een mooie afwisseling tussen de akoestische en elektrische gitaren. Noah Gabriel toont op de nieuwe cd "Crooked" als zanger en bluesrocker over veel talent te beschikken. De liedjes zouden meer tot zijn recht zijn gekomen bij een ingetogener en kleiner gehouden muzikale omlijsting. Ook het aanbod van zestien blues- en popnummers met een totale speelduur van ruim zestig minuten is teveel van het goede om de aandacht van de luisteraar erbij te houden.



vrijdag 8 januari 2010

Tokyo Tramps - With These Arms



Bij het afronden van het afgelopen jaar stuitte ik op een opmerkelijk trio uit het land van de rijzende zon. Drie Japanners vormen de band Tokyo Tramps die heel erg goed de blues spelen.(speelt) Satory Nakagawa (zang, elektrische gitaar), Yukiko Fuji (zang, bas) en Kosei Fukuyama (zang, drums) vertrokken uit Tokyo naar Amerika om de oorsprong van de muziek te ontdekken. De bandnaam Tokyo Tramps is afkomstig uit Springsteens "Born to Run": Tramps like us, baby, we were born to run". Het dynamische trio speelt op de nieuwe cd "With These Arms" de Chicago-blues met een vleugje pop en onvervalste gitaarhooks. De twee heren en dame creëren een bluessfeer, die je in een kroeg in Chicago of New Orleans zou verwachten. Het drietal weet iedere groove tot een waar kunststuk te verheffen.
Saturo laat in Nothing But The Blues en Everybody Wanna Be Stoned zijn slide-gitaar meesterlijk scheuren. Muddy Waters Rollin & Tumblin' wordt door Saturo's gitaarspel en de discodrumpartijen van Kosei een verrassend nieuw leven ingeblazen. Door de hartverwarmende zang van Yukiko en Satoru en zijn weergaloze gitaarspel wordt I’ll Give You All Of My Best naar een hoogtepunt getild. Het album "With These Arms" zweeft tussen heftige blues en popmuziek in. De uptempo nummers zijn onweerstaanbaar en worden op enthousiaste wijze gespeeld. De ingetogen nummers weten mij met de doorleefde zang van Saturo, Yukiko en Kosei flink te raken. Deze drie vriendelijk ogende Japanners van Tokyo Tramps geven mij op overtuigende en overrompelende wijze het bluesgevoel mee.








donderdag 7 januari 2010

Yeller Bellies - Here To Suffer



De band Yeller Bellies komt uit de gokstad met zijn bloedhete woestijn Las Vegas. De roots van de heren Rob Bell (zang en mandoline), Joel Gilhouse (gitaar) , Mitch Potter (basgitaar) en Jimmy Krah (drums) liggen geworteld in de punkscene, bluegrass, blues en heavy metal. De heren hebben sinds 2006 het podium gedeeld en onveilig gemaakt met onder meer Jesse Dayton en Th' Legendary Shack Shakers. De opvolger van de debuutschijf "Boys Will Be Boys" (2008) is afgelopen maand verschenen.
De cd "Here to suffer" bestaat uit een combinatie van rauwe rock ‘n roll, ongecompliceerde surfrock en vuile, opzwepende rockabilly. De nieuwe cd is uitermate pittig en wild met een overdonderende productie van Dave Hornbeck. De rock 'n roll machine van the Yeller Bellies hapert geen moment. Op deze cd staan twaalf eigen nummers met een uitstekende cover van Robert Johnsons Preachin' The Blues. De heren spelen met zoveel vuur en overdadige energie, dat ik na beluistering zwetend achterover gesmeten lig in mijn bureaustoel. Wat een toffe plaat is "Here To Suffer". Ook een mooie opvallende hoes, die geïnspireerd is op de film 'In the Night of the Hunter' van Robert Mitchum.